Wat was 2025 weer een jaar. Een jaar waarin we met z’n allen bewezen dat we nog steeds niet weten hoe we met elkaar moeten omgaan, maar wel steeds beter worden in het bedenken van nieuwe manieren om het uit te leggen.
Ik zat laatst te denken: als je een kapper wilt worden, moet je een opleiding volgen. Als je een elektricien wilt worden, moet je certificaten halen. Maar als je de toekomst van miljarden mensen wilt bepalen, hoef je alleen maar een campagne te winnen en een handjevol miljonairs achter je te hebben.
Dit jaar was het jaar van de grote ommezwaai. Europa schuift op naar rechts, Amerika blijft Amerika, en wij zitten hier met onze handen in het haar te wachten tot iemand ons vertelt wat we moeten doen. Intussen maken we ons druk over de islam, het milieu, en of de vrouw nu wel of niet achter het aanrecht thuishoort. Alsof we niet genoeg hebben aan de AI die onze banen inpikt en de aarde die langzaam maar zeker denkt “Oké, ik ben klaar met jullie.”
Dus laten we eens terugblikken op dit memorabele jaar, waarin we weer eens lieten zien dat we als mensheid vooral goed zijn in één ding, onszelf voor de gek houden.
De democratie
Democratie is een mooi concept. Het idee dat iedereen een stem heeft, dat we samen beslissen hoe de wereld eruitziet, en dat de beste ideeën winnen. Tenminste, dat is de theorie. In de praktijk blijkt dat je vooral veel geld nodig hebt, een handige marketingafdeling, en het vermogen om met een stalen gezicht te zeggen: “Vertrouw mij, ik weet wat ik doe.” En als je dan eenmaal aan de macht bent, kun je rustig een paar wetten veranderen, wat beloftes breken, en intussen de boel bestieren alsof het een bedrijf is waar jij de baas bent.
Neem nou Amerika. Als de Amerikanen iets zeggen, dan is het waar. Dat weten we allemaal. Ze hebben immers Hollywood, Silicon Valley, en een leger dat groter is dan de economie van de meeste landen. Dus als zij zeggen “Spring!” dan vragen wij “Hoe hoog?” En als we niet springen, dan krijgen we billenkoek, sancties of een tweet.
Maar hier in Europa doen we niet onder. We hebben onze eigen oranje kneusjes, onze eigen populisten, en onze eigen angst voor alles wat anders is. En wat is er nou mooier dan angst? Het verkopen van angst is het nieuwe goud. Immigratie? Angst. Klimaatverandering? Angst. Een vrouw die niet achter het aanrecht staat? Paniek!
We weten allemaal dat het niet zo simpel is. Dat de wereld niet zwart-wit is, dat problemen zelden één oorzaak hebben, en dat oplossingen meestal meer werk vergen dan een mooi slogan op een campagneposter. Maar ja, wie heeft er tijd voor nuance? We hebben immers een aandacht spanne die korter is dan die van een goudvis.
En dus schuiven we op. Naar rechts, naar conservatief, naar “het was vroeger allemaal beter”. Alsof vroeger niet gewoon een andere tijd was met andere problemen. Alsof we niet weten dat de Europeanen zelf ooit naar Amerika zijn gegaan en daar de boel overnamen. Alsof we niet weten dat de geschiedenis zich herhaalt, maar dan met andere hoofdrolspelers.
Maar goed, wie ben ik om daar iets van te zeggen? Ik ben maar een eenvoudige blogger. Ik heb geen miljarden, geen leger aan lobbyisten, en ik ben niet eens gekozen.
Het milieu
Ah, het milieu. Het onderwerp waar iedereen het over heeft, maar niemand iets aan doet. Tenminste, niet echt. We recyclen ons plastic, we kopen een elektrische auto (als we het ons kunnen veroorloven), en we kijken met een schuldig gevoel naar documentaires over smeltende ijskappen. Maar echt veranderen? Nee, dat is te veel werk.
We hebben immers AI. Die lost alles wel op. ChatGPT schrijft onze werkstukken, algoritmes bepalen wat we kopen, en robots die repeterende taken voor ons uitvoeren. Wie heeft er nog tijd om zich druk te maken over de planeet als je druk bezig bent met het bijhouden van je sociale media?
En toch. Ergens weten we allemaal dat we liggen te slapen. Dat we aardslui zijn geworden. Dat we liever een serie kijken dan naar een klimaatmars te gaan. Dat we liever een pakketje bestellen dan te bedenken hoe we onze consumptie kunnen verminderen.
Maar ja, wie kan ons dat kwalijk nemen? Het leven is druk. We moeten werken, we moeten ons huis onderhouden, we moeten onze kinderen naar voetbal brengen. En intussen gaat de wereld gewoon door. De aarde warmt op, de oceanen verzuren, en wij kijken toe alsof het een slechte film is waar we niet van kunnen wegkijken.
Het is bijna alsof we wachten op een wake-upcall. Een flinke schok. Een oorlog, een crisis, iets wat ons met onze voeten op de grond zet. Want pas als het echt pijn doet, gaan we veranderen. Dat is de menselijke natuur. We zijn niet gemaakt voor preventie, we zijn gemaakt voor overleving. En zolang de supermarkt open is en Netflix werkt, is er toch niets aan de hand?
Maar wat als die wake-upcall nooit komt? Wat als we gewoon doorgaan tot het te laat is? Dan zitten we hier over twintig jaar met z’n allen in een wereld die meer lijkt op de maan dan op de idylle die we ons hadden voorgesteld. En dan? Dan kijken we elkaar aan en zeggen we waarschijnlijk “Hadden we maar iets gedaan.”
Onze redder
AI is het nieuwe goud. Het lost al onze problemen op. Het schrijft onze teksten, het bestuurt onze auto’s, en binnenkort doet het waarschijnlijk ook onze belastingaangifte. Wie kan daar tegen zijn? Het scheelt tijd, het scheelt geld, en het scheelt ons de moeite om na te denken.
Maar wat als AI niet onze redder is, maar onze ondergang? Wat als we zo afhankelijk worden van machines dat we vergeten hoe we zelf moeten denken? Wat als we zo lui worden dat we niet eens meer weten hoe we een ei moeten koken zonder een YouTube-tutorial?
Ik ben niet tegen vooruitgang. Ik hou van gemak. Ik hou ervan dat ik met een druk op de knop mijn boodschappen kan bestellen en dat ik thuis mijn werk kan doen. Maar ergens vraag ik me af waar de mens blijft in dit alles?
We hebben machines die voor ons denken, algoritmes die voor ons beslissen, en robots die ons werk doen. Maar wie besluit wat goed is en wat slecht? Wie bepaalt wat ethisch is en wat niet? Wie zorgt ervoor dat we niet vergeten wat het betekent om mens te zijn?
En dan is er nog de kwestie van banen. AI neemt werk over. Dat is goed, zeggen ze. Dan hebben we meer tijd voor de belangrijke dingen in het leven. Maar wat als die belangrijke dingen juist het werk waren? Wat als we zonder doel komen te zitten, zonder iets om voor op te staan?
Misschien is dat wel de grootste uitdaging van deze tijd: hoe blijven we mens in een wereld die steeds meer door machines en een paar grote bedrijven wordt bestuurd? Hoe zorgen we ervoor dat we niet vergeten wie we zijn?
De eeuwige zondebok
Ah, immigratie. Het onderwerp waar iedereen een mening over heeft, maar niemand een oplossing. We weten allemaal dat het ingewikkeld is. Dat er geen simpele antwoorden zijn. Dat het niet gaat om “goed” of “fout”, maar om mensen. Mensen die op zoek zijn naar een beter leven, net als onze voorouders ooit deden.
Maar ja, angst verkoopt beter dan mededogen. Dus schreeuwen we dat Europa wordt overgenomen, dat onze cultuur verdwijnt, en dat we terug moeten naar de goede oude tijd. Alsof culturen ooit statisch zijn geweest. Alsof we niet weten dat elke cultuur een mix is van invloeden van over de hele wereld.
En dan is er de islam. De grote boeman van deze tijd. Alsof een godsdienst de enige factor is die bepaalt wie we zijn. Alsof we niet weten dat religie altijd een rol heeft gespeeld in de geschiedenis, of het nu het christendom was, het jodendom, of iets anders.
Het is makkelijk om bang te zijn voor wat we niet kennen. Het is makkelijk om te zeggen: “Blijf bij jezelf.” Maar de wereld is niet zo simpel. Mensen migreren. Dat doen ze al sinds het begin der tijden. En ja, dat brengt uitdagingen met zich mee. Maar het brengt ook nieuwe ideeën, nieuwe perspectieven, en nieuwe kansen.
Het probleem is niet de immigratie zelf. Het probleem is dat we niet weten hoe we ermee om moeten gaan. Dat we liever schreeuwen dan luisteren. Dat we liever muren bouwen dan bruggen slaan.
Gelukkig nieuwjaar
Dus, wat nu? Gaan we door op de weg die we bewandelen? Gaan we ons blijven vastklampen aan angst en onzekerheid? Of proberen we iets anders?
Ik weet het niet. Ik ben maar een blogger met een mening. Ik heb geen pasklare antwoorden. Maar ik weet wel dat we niet kunnen doorgaan zoals we nu bezig zijn. Dat we niet kunnen wachten op een crisis om te veranderen. Dat we niet kunnen verwachten dat iemand anders onze problemen oplost.
Misschien is het tijd om onze eigen boontjes te doppen. Om na te denken over wat we echt willen. Om te bedenken hoe we een wereld kunnen bouwen die niet alleen werkt voor ons, maar ook voor de generaties na ons.
Misschien is het tijd om te stoppen met zeuren en te beginnen met doen. Om niet langer te wachten op een leider die alles oplost, maar om zelf de verantwoordelijkheid te nemen.
Want uiteindelijk zijn wij de democratie. Wij zijn de stemmen die tellen. Wij zijn degenen die beslissen hoe de wereld eruitziet. En als we niets doen, dan is dat ook een keuze.
Ik hoop dat 2026 je genoeg momenten zal geven om even stil te staan tussen het drukke door. Dat je de ruimte vindt om te lachen om de kleine dingen, de moed om te doen wat ertoe doet, en de wijsheid om te weten wanneer je gewoon even moet ademhalen. Of het nu een jaar wordt van grote stappen of kleine stapjes, laat het vooral een jaar zijn waarin je je eigen weg mag vinden, zonder al te veel herrie van buitenaf.
Proost op wat komt.
