Sommige studies beginnen met een overzicht van theorieën, modellen en begrippen. Een rustige start waarbij je eerst een beetje mag rondkijken voordat het serieuze werk begint. Dat was niet helemaal het scenario van de eerste bijeenkomst van de honourscursus persoonlijk leiderschap die onderdeel is van de master die ik volg.
De cursus draait om het werk van Stephen R. Covey. Zijn boek staat al jaren bekend als een klassieker op het gebied van leiderschap en persoonlijke ontwikkeling. Dat klinkt behoorlijk degelijk en ergens ook een beetje geruststellend. Klassiekers hebben immers de reputatie dat ze een helder verhaal vertellen.
Wat ik alleen niet had verwacht, was dat de eerste les meteen begon met een paar vragen waar mijn brein spontaan kortsluiting van kreeg.
De eerste bijeenkomst
De eerste bijeenkomst van een nieuwe cursus heeft altijd iets voorspelbaars. Je verwacht een voorstelrondje, een uitleg van het programma en misschien een blik op de planning van de komende weken. Daarna ga je naar huis met het idee dat je nu ongeveer weet waar je aan begonnen bent.
Tot zover verliep alles volgens plan. Maar toen kwam de eerste opdracht.
Ik ben begonnen aan een honourscursus persoonlijk leiderschap als onderdeel van de master die ik volg. In deze cursus staat het boek van Covey centraal. Nu kan ik over het algemeen mijn gevoel, waarden, normen en meningen prima verwoorden op papier, maar voor een groep mensen openlijk vertellen wie ik eigenlijk ben zonder daarbij mijzelf een vorm aan te meten vind ik lastig.
En dat bleek precies de bedoeling.
De opdracht
De opdracht uit het boek van Covey klinkt op papier vrij eenvoudig. Je wordt gevraagd om naar jezelf te kijken alsof je iemand anders bent. Alsof je even een stap naar achteren doet en jezelf observeert zoals je een onbekende zou bekijken. Dat is een opmerkelijke ervaring.
In het dagelijks leven kijk je namelijk zelden zo naar jezelf. Je bent vooral bezig met de wereld om je heen. Met werk, gesprekken, plannen en verantwoordelijkheden. Er is altijd wel iets dat aandacht vraagt.
Plotseling vraagt iemand je om stil te staan en naar binnen te kijken. Niet naar wat je doet, maar naar wat er gaande is.
Een paar vragen die blijven hangen
En toen kwamen de vragen.
Denk aan de stemming waarin je nu verkeert. Kun je die beschrijven? Wat voel je?
Op het eerste gezicht lijken dat heel redelijke vragen. Er zit niets ingewikkelds aan de formulering. Geen technische termen, geen ingewikkelde theorie. Maar bij mij gebeurde er iets onverwachts. Het blijken vragen waar ik direct kortsluiting van krijg.
Mijn eerste reactie was namelijk niet een helder antwoord, maar eerder een soort mentale leegte. Alsof iemand een vraag stelde waar normaal gesproken nooit woorden voor nodig zijn. Je voelt natuurlijk van alles gedurende een dag, maar het bewust benoemen ervan is toch een ander verhaal.
De ongemakkelijke stilte
Wat het nog interessanter maakt, is dat je dit niet alleen voor jezelf doet. De bedoeling is dat je dit ook deelt met anderen in de groep.
En daar begint het een beetje te schuren. Ineens kan ik niet meer diegene zijn die ik wil zijn, maar moet ik mijn echte ik laten zien. En daar wringt toch best wel een schoen.
Normaal gesproken kun je in gesprekken vrij gemakkelijk een rol aannemen die past bij de situatie. De collega die meedenkt, de manager die beslissingen neemt, de student die een vraag stelt. Rollen die vertrouwd voelen en waar je moeiteloos in beweegt.
Maar deze opdracht vraagt iets anders. Hier gaat het niet om een rol, maar om wie er achter die rollen zit. En dat voelt eerlijk gezegd een stuk kwetsbaarder.
De buitenkant is makkelijker
Misschien komt het doordat we gewend zijn om vooral de buitenkant te beschrijven. Wat we doen, waar we mee bezig zijn, wat we belangrijk vinden. Dat zijn onderwerpen waar je vrij soepel over praat.
Maar zodra iemand vraagt wat je voelt, verandert er iets. Dan gaat het gesprek ineens een andere kant op. Het wordt persoonlijker, minder rationeel en moeilijker in nette zinnen te gieten. Dat merkte ik tijdens de eerste les meteen.
Mijn hoofd begon te zoeken naar logische formuleringen, terwijl de vraag eigenlijk veel eenvoudiger was. Wat voel je op dit moment? Geen analyse, geen uitleg, gewoon een beschrijving. Blijkbaar is dat ingewikkelder dan het klinkt.
Nieuwsgierigheid en ongemak
Tegelijkertijd zit er ook iets fascinerends in deze eerste les. Het moment waarop je merkt dat een ogenschijnlijk simpele vraag toch meer losmaakt dan verwacht. Ongemak dus. Maar ook nieuwsgierigheid.
Want als een paar vragen uit een boek al zo’n effect hebben, dan beloven de komende weken waarschijnlijk nog meer interessante momenten. Persoonlijk leiderschap blijkt minder een theoretisch onderwerp te zijn en meer een oefening in eerlijk kijken naar jezelf. En dat begint blijkbaar met een paar verrassend eenvoudige vragen.
De eerste les van de honourscursus persoonlijk leiderschap begon vrij onschuldig. Een introductie, een boek van Covey en een eerste opdracht.
Maar die opdracht bleek meteen de kern van de cursus te raken. Kun je naar jezelf kijken alsof je iemand anders bent? Kun je beschrijven in welke stemming je verkeert? Wat voel je eigenlijk?
Voor mij zijn dat vragen die niet direct een keurig antwoord opleveren, maar eerder een moment van stilte. En misschien is dat precies de bedoeling. Voorlopig overheersen twee gevoelens.
Een lichte vorm van ongemak en een flinke dosis nieuwsgierigheid naar hoe dit zich de komende weken gaat ontwikkelen.
